Hazenrug in wildsaus

    • voor de saus
  • olijfolie (bijvoorbeeld met truffelessence)
  • 1 bakje kastanjechampignons
  • 1 kleine ui, fijngesnipperd
  • 3 eetl. meel
  • ½ groentebouillonblokje, verkruimeld
  • 1 borrelglas madeira
  • 2 glazen witte wijn
  • 1 eetl. tomatenketchup of tomatenpuree
    • voor het vlees
  • 2 kleine hazenruggen
  • olijfolie (hij voorkeur met truffelessence)
  • 2 laurierblaadjes
  • een scheutje Cognac
    • extra nodig
  • een glazen cakevorm

Hazenrug is bij de poelier verkrijgbaar maar soms ook, per 2 stuks verpakt, bij de supermarkt.
Marineer het vlees een paar uur voor het verder bereid wordt.
Het vlees wordt opgediend in een wildsaus met champignons.
De beste volgorde van bereiden is om eerst het vlees te marmeren, vervolgens de saus te maken en tot slot de hazenruggen te braden.
Verhit de olijfolie in de pan en bak hierin de champignons samen met de ui.
Haal alles uit de pan en giet er nog wat olie bij en voeg het meel en het bouillonblokje toe.
Laat alles even bruin worden en doe er dan de Madera, de wijn en de ketchup bij, eventueel met nog wat water.
Voeg tot slot de champignons aan het geheel toe.
Bereid nu de hazenruggen.
Leg de hazen ruggen in de cakevorm en giet de olijfolie en de Cognac erover.
Wentel de ruggetjes goed door de olie en leg de laurierblaadjes onder de ruggetjes op de bodem.
Laat het vlees enkele uren (in de koelkast) staan, maar draai het wel regelmatig om.
Verwarm de oven voor op 220 °C.
Zet vervolgens de ovenstand weer uit en zet de oven op de grillstand.
Plaats het vlees in het midden van de oven.
Laat het 4 minuten braden, keer het dan om en braad het vervolgens nog 3 minuten.
Doe het vlees en de jus in de wildsaus en houd alles warm, zonder dat het gaat koken.
Serveer bij dit gerecht bijvoorbeeld stoofpeertjes.

Bron: NN

Terug