Omelet met peer en kaneel

voor 2 personen

  • 1 heel rijpe peer, of 2 kleine, in totaal 240 g
  • sap van ½ citroen
  • 50 g boter
  • 60 g fijne kristalsuiker
  • 1 theel. kaneel
  • 5 cl witte-wijnazijn
  • 4 eieren
  • zout en (versgemalen) peper
  • 1 theel. geklaarde boter

Schil en halveer de peer en verwijder het klokhuis.
Snijd hem in 12 partjes en schud het citroensap erdoor.
Smelt de boter in de koekepan, voeg de suiker toe en laat dit op halfhoog vuur in 2 minuten een lichte karamel worden.
Leg de partjes peer erin, bestuif ze met kaneel en bak ze in de karamel tot ze zijn gekarameliseerd; keer ze elke paar minuten met een vork om.
Voeg als ze goudbruin zijn de azijn toe en bak ze nog 3 minuten tot de peren met een laagje karamel zijn bedekt.
Houd 4 mooie partjes achter voor de garnering.
Klop de eieren in een kom los, voeg wat zout & peper toe en bak er een omelet van.
Sla hem tot aan het midden dubbel en schik de partjes peer in de lengte erop.
Rol de omelet op en laat hem op een verwarmde schaal glijden.
Schik de achtergehouden partjes bovenop en serveer ze direkt.

Opmerking
Deze omelet met "gekruide" peer zal uw smaakpapillen verrassen en verrukken.
Geef hem als een bijzonder en harmonieus voorgerecht.

Bron: Caroline Overman

Terug