Vis in een jasje

voor 6 stuks

  • 6 velletjes diepgevroren fillodeeg
  • ± 350 g gefileerde kabeljauw, tarbot of griet
  • 3 bosuitjes
  • 1 eetl. fijngehakte peterselie
  • zout
  • peper uit de molen
  • 1 eiwit
  • 1 ei

Spoel de vis onder koud stromend water en maak de filets droog met keukenpapier.
Snijd de vis in stukken en leg ze in de mengkom van de foodprocessor.
Maak de bosuitjes schoon, snijd ze in stukjes en leg ze bij de vis.
Gebruik zoveel mogelijk groen van de bosuitjes.
Strooi er vervolgens peterselie en wat zout & peper over.
Voeg daarna het eiwit toe.
Laat de machine zolang draaien tot een smeuïg mengsel is verkregen.
Doe alles over in een kom en plaats deze tenminste 30 minuten op het koudste plekje in de koelkast.
Laat intussen de plakjes fillodeeg ontdooien (± 10 minuten).
Vorm van het vismengsel 6 ballen.
Leg op elk deegplakje een visbal.
Bestrijk het deeg rondom elke visbal met een kwastje met wat water.
Trek de punten van elk deegvelletje omhoog en vouw ze als buideltjes om de visballen. Leg de pakketjes hierna nogmaals 30 minuten in de koelkast (langer mag ook).
Vet een bakplaat in met wat boter en strijk er met een kwastje een beetje water over uit.
Leg de vispakketjes op de bakplaat en bestrijk het deeg met een kwastje met losgeroerd ei.
Schuif de bakplaat in het midden van de reeds tot 200 °C voorverwarmde oven en bak de pakketjes in ± 12 minuten lekker knapperig, goudbruin en gaar.

Tip
Geef er een salade bij van krulsla, komkommer en radijsjes.
Het fillodeeg kunt u vervangen door eveneens diepgevroren bladerdeeg. U moet het deeg dan wel heel dun op een met wat bloem bestoven werkblad uitrollen.

Opmerking
Voor de 'jasjes' van de vis kunt u heel goed diepgevroren velletjes fillodeeg nemen. U kunt dit gerecht als voor- en als hoofdgerecht even.
Reken voor voorgerechten op 1 pakketje per persoon en op 2 of 3 pakketjes als het een hoofdgerecht betreft.
U kunt er eventueel een warme of koude tomatensaus bij geven. Ook een met wat droge witte vermout verdunde mayonaise past er goed bij.

Bron: Astrid Veltman

Terug