Vis en garnalen met spinazie en kokos

  • 500 g witvis (kabeljauw of schelvis)
  • 1 eetl. vers citroen- of limoensap
  • ½ theel. knoflookpoeder
  • 1 theel. gemalen kaneel
  • ½ theel. gedroogde tijm
  • ½ theel. paprikapoeder
  • ½ theel. versgemalen zwarte peper
  • gekruide bloem voor het bestuiven
  • plantaardige olie voor het bakken
  • zout
    • voor de saus
  • 25 g boter of margarine
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 teen knoflook, uit de knijper
  • 3 dl kokosmelk
  • 100 g verse spinazie, in smalle reepjes
  • 250 g gekookte, gepelde garnalen
  • 1 rode chilipeper, ontzaad en fijngehakt

Doe de visfilets in een ondiepe schaal en sprenkel er vervolgens het citroen- of limoensap over.
Meng het knoflookpoeder met de kaneel, tijm, het paprikapoeder, de peper en wat zout.
Strooi dit mengsel over de vis.
Dek de schaal af met plastic folie en laat een aantal uur op een koele plek of in de koelkast marineren.
Maak intussen de saus.
Verhit de boter of margarine in een grote pan en fruit er de ui en knoflook onder regelmatig omscheppen in 5 tot 6 minuten zacht in.
Doe de kokosmelk en spinazie in een aparte pan en breng aan de kook.
Laat een paar minuten zachtjes koken tot de spinazie geslonken is en de kokosmelk iets ingedikt is.
Zet weg en laat iets afkoelen.
Pureer het spinaziemengsel circa 30 seconden in een blender of keukenmachine en giet dan in de pan met de ui.
Schep er de garnalen en chilipeper door en laat een aantal minuten sudderen.
Zet weg en bereid de vis.
Snijd de gemarineerde vis in stukjes van 5 cm en haal die door de gekruide bloem.
Verhit wat olie in een grote koekenpan en bak de stukjes vis, zonodig in porties, 2 tot 3 minuten aan elke kant tot ze goudbruin zijn.
Laat uitlekken op keukenpapier.
Schik de vis vervolgens op een voorverwarmde dienschaal.
Verhit de saus voorzichtig en geef hem er apart bij, of giet hem over de vis.

Bron: De Afrikaanse keuken / Rosamund Grant
Gepubliceerd door: Esther's homepage

Terug