|
|
Wasch de boonen, zet ze een nacht in 1½ liter koud water te weeken en kook ze den volgenden dag gaar en stuk, gedurende ‡ 2 uur.
Laat het laatste kwartier 8 gram zout meekoken.
Wrijf de boonen en het vocht door een zeef van paardehaar.
Snijd de prei in dunne plakjes en fruit deze in de boter.
Zorg, dat de kleur licht blijft.
Voeg de bloem toe en roer dit samen tot een gladde massa.
Giet er dan, bij kleine scheutjes, steeds roerende, de gezeefde boonenmassa bij.
Laat de soep nog koken, tot ze gelijkmatig gebonden is.
Maak ze af met peper (op een lepel met een weinig soep eerst aangemengd, anders geeft ze kluitjes), zoo noodig zout en de melk.
Geef bij deze soep dobbelsteentjes brood, die in boter lichtbruin gefruit zijn.
De soep kan ook worden gemaakt zonder bloem van 5 dl gekookte boonen.
Bron: Héél oud kookboek