Pompoenbeigneits - I

voor 12 personen

  • 1 pakje gistpoeder
  • ¼ kop lauw water
  • 2 eetl. suiker
  • 1 ei, los geklopt
  • 1 blik (480 g) pompoen
  • ½ theel. zout
  • 4 koppen bloem
  • frituurolie
  • melasse of ahornstroop

Strooi de gist op het lauwe water in een grote kom en roer tot de gist is opgelost.
Voeg suiker, ei, pompoen en zout toe en meng alles goed.
Doe er de bloem bij, met ½ kop tegelijk, tot het deeg te stijf wordt om het met een spatel te kneden.
Doe het deeg op een licht bebloemde plank en kneed er genoeg van de overgebleven bloem door om te voorkomen dat het plakt.
Waarschijnlijk zijn alle 4 koppen nodig.
Blijf kneden tot het deeg glad en elastisch is.
Vorm er een bal van en leg die in een met olie ingevette kom.
Bedek de kom en laat het deeg 1 uur of tot het tweemaal zijn omvang heeft op een warme plaats rijzen.
Stomp het deeg omlaag.
Trek stukjes deeg eraf en vorm ze tot ringen in de vorm van appelbeignets, 7 - 8 cm in doorsnee.
Maak de frituurolie heet en bak de beignets ca. 5 minuten, ze één keer kerend, tot ze knapperig en goudbruin zijn.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en serveer ze meteen met warme melasse of ahornstroop.

Auteur: Menno


Pompoenbeigneits - II

  • 4 schijven van een jonge pompoen
  • 1 ei
  • 1 mespunt zout
  • 1 theel. fijngewreven hysop
  • gomasio
  • 1 dl water
  • 100 g tarwemeel

Kluts het ei met het water en het zout en roer er het meel en de hysop door.
Laat dit beslag ten minste een half uur rusten.
Voeg daarna zonodig nog wat water toe, het beslag moet dik vloeibaar zijn.
Dompel de schijven pompoen van 1 centimeter in het beslag en bak ze in een dun laagje olie op een matig vuur lichtbruin.
Bestrooi de schijven met wat gomasio en dien meteen op; het blijft maar even knapperig.

Bron: NN

Opmerking
Gomasio is een mengsel van 5% zeezout en 95% geroosterde sesamzaadjes. Het wordt onder andere gebruikt om sauzen en soepen hartiger te maken en als broodbeleg. Het is ook heerlijk over gebakken groenten als pompoen, pastinaak en dergelijke. Het is te koop in biowinkels maar je kan het ook zelf maken . . .

Bron: Voedselencyclopedie

Terug