Witlofsoep

    • voor de bouillon
  • 2 l water
  • 1 soepbeen met rundvlees (400 g)
  • 1 grofgesneden ui
  • het grofgesneden groen van 1 prei
  • 2 grofgesneden takken selderij
  • enkele peperbollen
  • 1 takje tijm
  • 1 blaadje laurier
  • 1 peterseliestengel
  • zout
    • voor de soep
  • 500 g witlof
  • 1 fijngesneden ui
  • het fijngesneden wit van 2 preien
  • boter
  • 3 aardappelen in stukjes
  • 2 eetl. gehakte peterselie

Doe het water, de grofgesneden soepgroenten, het soepbeen en de smaakmakers in een diepe kom van minstens 3 liter inhoud.
Breng het geheel, afgedekt met een deksel of met een omgekeerd bord, op vol vermogen aan de kook en zet het dan 50 minuten op de sudderstand (650 Watt).
Laat zachtjes pruttelen.
Zeef de bouillon en houd het soepbeen apart.
houd 1 struikje witlof apart en snijd de rest fijn.
Stoof de fijngesneden groenten (ui, preiwit en witlof), afgedekt, in de diepe kom in enkele klontjes boter 6 minuten op ± 650 Watt, 5½ minuut op 750 Watt of - zo mogelijk - 5 minuten op 850 Watt.
Leg het soepvlees erop en overgiet met de gezeefde bouillon.
Voeg de aardappelstukjes toe en laat alles op de sudderstand (650 Watt) in nog eens 30-40 minuten gaar koken.
Verwijder het been in mix de soep.
Snipper het resterende witlofstruikje fijn en stoof het, afgedekt, in 4 minuten op 650 Watt, 3 minuten op 750 Watt of 3 minuten op 850 Watt in een klontje boter beetgaar.
Voeg dit bij de soep en bestrooi met gehakte peterselie.

Bron: Astrid Veltman

Terug