Bebotok (Indonesische gehaktring)

    • voor het gehakt
  • 1 stengel sereh (= citroengras)
  • 500 g rundergehakt
  • 2 losgeklopte eieren
  • 3 dl kokosmelk (blikje)
  • zout
  • 3 blaadjes djeroek poeroet (= citroenblad)
  • 1 limoen in plakjes
  • een stukje laos van circa 2 cm
    • voor de boemboe
  • 15 pepertjes (rawits)
  • 10 kemirienoten
  • 1 rode ui
  • 6 teentjes knoflook
  • 2 theel. trassi
  • 2 eetl. arachideolie
  • een glazen ringvorm

Als alternatief voor de glazen ringvorm kunt u een glazen schaal gebruiken met een omgekeerd glas in het midden.

Snijd de steeltjes van de rawits en snijd de pepertjes in drieën.
Maal de kemirienoten in de keukenmachine fijn en houd ze apart.
Hak de ui, de knoflook, de trassi en de helft van de rawits in de keukenmachine heel fijn en voeg wat water toe tot de massa een dikke pasta vormt.
Verhit de olie in een wok en fruit de gemalen kemirienoten lichtbruin.
Roer de boemboe erdoor en fruit ± 6 minuten.
Schep de boemboe uit de wok en laat afkoelen.
Pel het buitenste blad van de serehstengel.
Plet het dikke gedeelte van de sereh met de botte kant van een groot mes en snijd het in 3 stukken.
Doe het gehakt in een kom en maak het met een vork los.
Meng er de eieren, de kokosmelk en de boemboe door en breng op smaak met zout.
Roer er de sereh, de djeroek poeroet, de limoen en de laos door; het mengsel is vrij nat.
Schep het gehaktmengsel in een glazen ringvorm en laat de bebotok op vol vermogen in ± 13 minuten gaar worden.
Lekker met witte rijst, die is gekookt in water waaraan het restant van de kokosmelk (en een blaadje salam, = Indische laurier) is toegevoegd.

Tip
Tijdens het garen komt er vocht uit het gehakt. Het meeste zal verdampen, maar wat ervan overblijft is erg lekker als saus over de rijst.

Bron: Astrid Veltman

Terug