Hygiëne

Vlees kan – net als alle voedingsmiddelen – organismen bevatten, die ziektes kunnen veroorzaken. Bacteriën, virussen, parasieten en schimmels zitten overal, dus ook op vlees. Zo pak je het slim aan:

Handen wassen voor het koken of barbecueën.
Handen wassen na het aanraken van (rauw) vlees.
Gebruik schone keukenspullen en bestek.
Verse voedingsmiddelen koel bewaren.
Vlees – in de regel – goed garen.
Restjes snel afkoelen en goed bewaren.

Vlees is een natuurproduct. Deze tien spelregels helpen je er goed mee om te springen.

1. Verpakking
Let er in de winkel op dat de verpakking van het vlees heel is. Dat voorkomt dat vleesvocht op andere boodschappen lekt. Bovendien: de THT-datum is alleen gegarandeerd bij een dichte verpakking.
Let op de houdbaarheidsdatum. Op elk voorverpakt product staat een TGT- (te gebruiken tot) datum. Dit geeft aan tot welke datum je het product kunt eten. Of THT, tenminste houdbaar tot (wordt nog gebruikt) en, om het ingewikkelder te maken: TGTM (te gebruiken tot en met).

2. Koel bewaren
Bacteriën bevinden zich overal. In de keuken, aan je handen en op het vlees. Ze vermenigvuldigen zich in een warme, vochtige omgeving. Geef ze minder kans door vlees koel te bewaren. Vanaf de winkel in een koeltas en in de koelkast onder de 5 °C.

3. Handen wassen
Was regelmatig je handen met water en zeep als je met verse producten werkt. Dat voorkomt het verplaatsen van bacteriën (kruisbesmetting). Gebruik bij het koken (of de voorbereiding) niet steeds dezelfde planken, borden of messen en hou alles schoon.

4. Zorgvuldig ontdooien
Ontdooi bevroren vlees een dag van te voren in de koelkast. Leg vlees niet in warm water, op de verwarming of in de zon om het snel(ler) te ontdooien. Dat bevordert niet alleen de groei van bacteriën maar gaat ook ten koste van de smaak en malsheid van het vlees, omdat vleessappen eruit lopen.
Leg bevroren vlees op een bord of schaal en dek het af. Zet het zo in de koelkast dat het niet kan lekken op ander eten. Voorverpakt vlees kan in de originele verpakking in de koelkast worden gezet.

5. De magnetron
Kleine stukken vlees kunnen goed in de magnetron ontdooien. Groot vlees ontdooien in de magnetron gaat minder goed. De binnenkant blijft bevroren. Bereid vlees, dat in de magnetron is ontdooid nog op dezelfde dag.

6. Contact
Voorkom contact tussen onbereide en bereide (verse) producten. Via borden, schalen en kookgerei kunnen bacteriën overspringen. Maak houten snijplanken en het aanrecht schoon met heet water en zeep en laat het goed drogen.

7. Koelkasttemperatuur
De temperatuur van de koelkast blijft het beste als de deur zo min mogelijk open hoeft. Controleer de temperatuur van de koelkast en hou hem netjes en schoon.

8. Goed gaar
Vlees is doorgaans het lekkerste als het precies goed gaar is. Dat verschilt per product. Varkensvlees en gehakt(producten) zoals verse worst, moeten door een door gaar zijn. Andere producten, zoals biefstuk, mogen aan de binnenkant nog rosé zijn. Kijk voor de bereidingstijd en temperaturen onder ‘Veel keus’ of bij onze recepten.

9. Goed bewaren
Bereid vlees kan goed worden bewaard. Laat restjes binnen twee uur goed afkoelen. Dat kan handig door een pan of schaal in koud water te zetten. Zet restjes ingepakt/afgedekt in de koelkast of vriezer. Doe dat niet langer dan drie dagen in de koelkast en twee tot drie maanden in de vriezer (temperatuur vriezer maximaal -18 °C).

10. Voorzichtig met vuur
Koken is leuk, maar wees voorzichtig met vuur en hitte. Bakken en braden kan spatten. Let op de kinderen als je op hoge temperatuur in boter of olie bakt, of bij de barbecue. Als je vlees omdraait, draai het dan van je af.

Bron: Vlees.nl

Terug