Schnitzel

Voor veel mensen is dit de periode van de wintersport. Wie naar Oostenrijk gaat, zal er vast een vork in een schnitzel steken. Want de schnitzel is van oorsprong een stukje vlees uit de Oostenrijkse keuken. Een schnitzel is een dun lapje vlees, gesneden uit kalf, kip, varken of tofoe. Het laatste is de vegetarische variant op de schnitzel. Het begon allemaal in Wenen waar lang geleden de Wiener schnitzel werd geserveerd in restaurants. Het vlees moest oorspronkelijk van het kalf zijn, en wel uit de achterpoot van het dier. Het vlees werd zo plat mogelijk geslagen, en dan gepaneerd met meel, ei en paneermeel. Vervolgens werd het stukje vlees in een diepe laag olie of reuzel gebakken en gegarneerd met een schijfje citroen. De Wiener schnitzel vind je nog steeds op het menu in vele restaurants. Omdat kalfsvlees geen goedkoop vlees is, werd het kalfsvlees steeds vaker vervangen door goedkoper vlees, zoals vlees van het varken of van kippenvlees. ┬á Wel wordt voornamelijk gekozen voor mager vlees. In de supermarkt is de schnitzel over het algemeen gemaakt van restvlees. Delen worden aan elkaar vastgeplakt met eiwit. Je ziet er niets van, omdat het vlees vervolgens gepaneerd wordt. Het voordeel van deze bereiding is dat je voor een hele lage prijs een lekker stukje vlees hebt. Maar het gaat natuurlijk wel ten koste van de kwaliteit van het vlees. Varkensschnitzels zijn in de tussentijd overal razend populair geworden. Je ziet de varkensschnitzel vrijwel in elke vakantieland wel ergens vermeld staan op het menu. Sommige restaurants durven de varkensschnitzel ook aan te prijzen als 'Wiener Schnitzel', maar wie zich daar toch niet aan waagt, kan ook de term Schnitzel Wiener Art gebruiken om aan te geven dat het om een variant van de echte Wiener Schnitzel gaat. Wanneer paprika en andere kruiden aan het paneermeel worden toegevoegd, heet het een Hongaarse of zigeuner schnitzel. Door toevoeging van andere ingredi├źnten zijn er vele varianten bijgekomen.

Bron: Culinaire nieuwsbrief

Terug