Knolkervel

knolkervel_k (2K)

Knolkervel (Chaerophyllum bulbosum; Bulbous chervil). Ondanks de naam is er geen enkele verwandtschap met kervel. Tot het begin van de 19e eeuw werd knolkervel in Europa nog veel verbouwd. 'Gemaksgroenten' hebben 'm in de vergetelheid doen raken.
Teelt: Zaaien in het najaar of met de pot even het vriesvak in - het is namelijk een koude-kiemer, die even vorst moet hebben, om te ontkiemen (niet bij min 18, hoor, min 6 is al genoeg. Een paar dagen, want anders verdrogen de zaden). Oogst de korte dikke penwortel 8 tot 9 maanden na het zaaien.
Het blad doet wel aan kervel denken. Waarschijnlijk zorgde dit voor de naam.
Smaak: De knolkervel smaakt dus niet naar kervel, maar heeft een zachtzoete naar kastanje neigende smaak.
In de keuken: Knolkervel is zeer geschikt, om er een lekkere puree van te maken. In combinatie met een (vlees-)stoofschotel een ware delicatesse. De knollen wassen, in stukken snijden en gaar koken met een beetje zout in ca. 15 minuten. Daarna pureren, scheutje melk erdoor roeren en een klontje boter.

Bron: N.N.

Terug