Aardpeer

topinambour (2K)

Aardpeer (Helianthus tuberosus) komt oorspronkelijk uit Noord - Amerika.
De Fransen noemen het topinambour, de Engelsen spreken over Jerusalem artisjok of Chinese artisjok.
Dit knolgewas behoort tot dezelfde familie als het madeliefje en de zonnebloem. In tegenstelling tot de gewone zonnebloem is de aardpeer een overblijvende plant die zich niet door zaad, maar door knollen vermenigvuldigt. Ze worden aangeplant in de moestuin en als sierbloemen in de gewone stadstuin. De stengels worden al snel enkele meters hoog en bij mooie zomers verschijnen er soms bloemen op. Bij boerderijen zijn de gele zonnebloem-achtige bloemen gangbaar als erfafscheiding.
Een pas geoogste aardpeer is crèmekleurig. Door blootstelling aan licht wordt de kleur van de knol violet of lichtbruin. Aardpeerknollen zijn bijzonder voedzaam, licht verteerbaar en ze hebben, volgens diverse internetsites, een helende werking.
De knollen bevatten namelijk veel inuline. Deze suiker (polysacharide) is goed voor diabetici omdat bij de vertering van inuline geen - voor diabetici moeilijk afbreekbare - glucose vrijkomt. Daar ligt dan vooral de gunstige werking, zowel voor suiker - als niet suikerzieke mensen. Daarnaast bevat aardpeer ook nog biotine (een vitamine), calcium, silicium, ijzer en natrium (mineralen). Daarom zou de groente ook een weldadig effect hebben op reuma, jicht en verstopping. De smaak van een aardpeer is zoet en lijkt op de smaak van artisjokken. Aardperen mogen zowel met als zonder schil gegeten worden. U kan ze rauw eten, in een salade, gekookt of gebakken. Let er op dat u ze niet te lang kookt. Voeg eventueel een beetje citroensap toe aan het kookwater zodat de aardpeer niet verkleurt. De knollen zijn moeilijk te schillen, maar u kan ze met schil koken en als ze nog warm zijn schillen. Bewaar de knollen in de groentelade van de koelkast. Op die manier zijn ze maximum één week te bewaren.

Bron: De Wassende Maan

Terug