Meer informatie over aardappelen

Aardappel
Aardappelen staan vaak op het Nederlandse menu, maar niet alleen Nederlanders zijn aardappeleters. In vrijwel de hele wereld eten mensen aardappelen. Oorspronkelijk komt de aardappel uit de hoogvlakten van Peru, waar de Inca's hem als voedingsmiddel gebruikten. De Spanjaarden brachten de aardappel in 1570 uit Peru naar Nederland. Pas in het begin van de 19e eeuw werd de aardappel populair als volksvoedsel in Europa. De aardappel was goedkoper dan graan.

aardappelen (3K)

De aardappel behoort tot de familie van de nachtschadigen. De eetbare knollen (= aardappelen) zijn opzwellingen aan het einde van de ondergrondse stengels. De aardappel wordt voornamelijk verbouwd in gebieden met gematigd klimaat en groeit op vrijwel alle gronden. Behalve voor directe consumptie worden aardappelen ook gebruikt voor verwerking tot aardappelderivaten, zoals aardappelmeel, glucose, dextrine en spiritus.

Modern en gezond
Nog steeds is de aardappel bij veel mensen favoriet. Velen hebben de veelzijdigheid van de aardappel ontdekt. Bakken, frituren, pureren, gratineren of grillen; met de aardappel kan dat allemaal! En dan hebben we het nog niet eens over lekkernijen als frites, chips, rösti of kroketten. De aardappel past met zijn vele toepassingen uitstekend in het moderne voedingspatroon. Er zijn vele recepten voor bereiding op het fornuis, in de oven, magnetron of voor het maken van salades. Van snelle snack tot culinair hoogstandje. De pieper past ook zeer zeker in hedendaagse voedingsadviezen als 'wees matig met vet' en 'eet volop zetmeel en vezels'. De aardappelknol bevat namelijk geen vet en is rijk aan zetmeel, voedingsvezel en vitamine C.

Aardappelplant
De aardappelplant behoort tot de Nachtschade achtigen. Tot die familie behoren ook de tomaat, aubergine, paprika en rode peper. Ondergronds maakt de aardappelplant wortels en zijstengels. Aan de zijstengels komen de aardappelen. Aardappelen zijn dus eigenlijk verdikte ondergrondse stengeldelen van de aardappelplant. Per plant kunnen twaalf tot vijftien aardappelknollen worden geoogst.

Rauw kan de aardappel niet gegeten worden omdat hij voor twintig procent uit onverteerbaar zetmeel bestaat, dat tijdens het koken wordt omgezet in suiker. Bepaalde rassen bevatten weinig zetmeel, waardoor ze bij het koken stevig, ofwel 'vast' blijven. Deze 'vastkokende' zijn niet geschikt voor puree. De bloemige, en rijkelijk van zetmeel voorziene aardappel, blijft bij het koken stevig omdat zetmeel zorgt voor binding. Het beroemde Bintje is een goed voorbeeld van een 'bloemige' aardappel.

Aardappelzetmeel wordt onder meer gebruikt in gebak, vleeswaren en pudding en is een handig bindmiddel.

Wist u overigens dat door blootstelling aan het licht of aan de zon er groene plekjes ontstaan op de aardappel. Deze plekjes geven aardappelen een bittere smaak omdat ze het giftige solanine bevat. En dat door de aardappelen te weken en ze van schoon water te voorzien voordat u ze kookt, u voorkomt dat ze stuk gaan.

Kijk ook eens op : www.aardappelpagina.nl

Historische aardappels

voor de fijnpoever (Solanum tubersum)
"Die aardappels halen het niet bij vroeger". Kent u die verzuchting? Als het om die oude vergeten soortjes gaat hebben we goed nieuws voor u: ze zijn er weer.

Ackersegen (1935 )
Een Duitse aardappel die op vrijwel alle grondsoorten goed opbrengsten gaf. In 1950 was in Duitsland circa 60% van het aardappelareaal met deze aardappel beplant, dus inderdaad een "zegen voor de akker". De aardappel heeft een gele schil en geel vruchtvlees en is vastkokend. Teelttechnisch is het een behoorlijk resistente aardappel tegen allerlei ziekten en vrij laat.

Arran Consul (1925)
Dit ras is ontwikkeld door de bekende Schotse kweker D. Mackelvie. De Engelsen zeggen van dit ras: "The potato that helped win the war"! Door zijn extreem goede bewaareigenschappen werd de oogst van "Arran Consul" achtergehouden tot het eind van het seizoen, zodat in de schrale oorlogslentes er toch nog aardappels waren... Een ras voor zand en klei met ovalen, witschillige knollen. Prima kookkwaliteit.

Arran Victory (1918)
Opvallend mooi, met z'n lichtblauwe purperen schil en contrasterend wit knolvlees. Dit late ras is zeer smakelijk en geeft een hoge opbrengst. Aardappel veredelaars grijpen nog wel eens terug op dit ras vanwege de opmerkelijke roestresistentie.

Bea (1954)
Het ras Bea is een vroege consumptieaardappel met lichtgeelvlezige, lange, iets gebogen, zeer vlakogige knollen. De schil is mooi glad. Opbrengst vrij goed tot goed, drogestofgehalte vrij laag. Kooktype is vast in de kook en iets melig, zuiver van kleur. Sterk vatbaar voor Phytophthora in het loof en extreem vatbaar in de knol. Middelmatig vatbaar voor bladrol en vrij weinig voor Y-virus. Vormt geen bessen.

Belle de Fontenay of Hainaut of Bouilangerie (1885).
Een klassieke Franse salade aardappel met een gladdere schil dan de Pink Fir en Ratte, kleiner en langwerpig van vorm. De knol is geel en wasachtig. De smaak is zowel warm als koud overheerlijk! Bij droge zomer: water geven.

Catriona (1920)
Een zeldzaam geworden ras met ovalen vorm. De creme-witte schil is royaal purper gevlekt rond de ogen: decoratief! De goede, sterke smaak komt het best tot zijn recht na directe consumptie. De bakkwaliteit is uitmuntend. Midden vroeg oogstklaar.

Charlotte (1981)
De reden dat we een relatief nieuw ras opnemen is dat de Charlotte de moderne Roseval wordt genoemd. En.... de Roseval (1950) is door misoogsten in de pootgoedsector wereldwijd lastig verkrijgbaar.

Desiree (1962)
Desiree werd in 1962 in Leeuwarden geboren. Haar huid is rood en ze heeft een gave mooie gladde huid, maar isnet iets lichter dan de mooie Roseval. Zij is een middelvroege en stevige dame (vastkokend).

Dunbar Rover (1936)
Een zeer zeldzaam geworden ras. Weer herontdekt vanwege de ideale kook- en smaakkwaliteit. De beroemde kweker Spence uit Dunbar behaalde direct na het jaar na introductie een gouden medaille voor dit ras. Vrij vroeg, ovaal tot rond, gele schil.

Edzell Bleu (voor 1915)
Een zeldzaam rasje van onbekende afkomst. De bijzondere blauw-purperen schil valt op. Lekker bloemig rasje, die met enige zorg moet worden gekookt.

Eigenheimer (1893)
De historie vertelt dat dhr. G. Veenhuizen de kweker van dit bijzondere ras is. Voor de liefhebbers van bloemige types na meer dan een eeuw nog steeds een aanrader. Opvallend goede opbrengst voor een 'oudje', doet het vooral goed op de klei. Vrij vroege consumptieaardappel met lichtgeel- tot geelvlezige, ovale, middendiepogige knollen. Zeer goed van smaak en zuiver van kleur.

Epicure (1897)
James Clarke legde de basis voor dit rasje. Nog steeds wordt dit ras geteeld vanwege het goede herstel na de vorst, een must voor dit zeer vroege primeurtype. De ronde gele knollen hebben diepliggende ogen, net als de Opperdoezer ronde, en kook deze dus met schil. Deze aardappel is zeer bloemig.

Irene (1953)
Los in de kook, een typisch voorbeeld van een kruimige, bloemige aardappel. Voor klei en zand. Een prachtige rood-schillige variant. Vrij late consumptieaardappel met roodschillige, geelvlezige, ronde, vrij vlakogige knollen. Weinig gevoelig voor stootblauw en rooibeschadiging. Vrij weinig vatbaar voor Phytophthora in het loof en middelmatig in de knol.

Kerrs Pink (1917)
Een ras voor elke grond, kan tegen droogte en nattigheid.De prachtige bruinroze getinte aardappel geeft een goede oogst en is een sieraad in de oogstmand. Een verfijnde smaak.

King Edward VII (1902)
Eerst leek dit ras onder de naam "Fellside Hero" een misser, maar de derde eigenaar (john Butler) bracht hem tot een verdiende hoogte: een topras! Een halve eeuw heeft Engeland van deze smaaktopper gesmuld. Bij een droog seizoen krijgt u de prachtige roze bloei te zien. De knollen zijn overigens ook mooi: vrij langovaal, geel met roos uiteinde en rode vlekken.

Majestic (1911)
Een kweektriomf van Archibald Findlay, er zijn tijden geweest dat meer dan de helft van het aardappel-areaal werd ingenomen door dit ras. Hij is redelijk vroeg, groeit op zand en klei. De smaak, opbrengst en betrouwbaarheid zijn (zeker voor dit oud ras) zo goed, dat het Engeland door twee oorlogen heen heeft geholpen; de ietwat ruwige, witte schil omhult een flinke lang ovalen knol.

Opperdoezer Ronde (1860)
Opperdoezer Ronde is een uniek ras dat alleen goed wil gedijen op wat hoog gelegen, lichte zavelgrond rondom Opperdoes. De 150 hectare aardappelland rondom dit West-Friese dorp is de enige plaats ter wereld waar deze vroege aardappel (oogst in mei van de teelt onder plastic) geteeld wordt. De 70 telers in Opperdoes rooien hun aardappelen nog op de ambachtelijke manier: met de hand. Voor eind september zijn alle Opperdoezer Rondes uit de grond, waarna zij via de veiling hun weg vinden naar de supermarkten. Puur natuur en overheerlijk! De tuinier Sluis ontwikkelde lang geleden de zogeheten "Negenwekers", vroege aardappels die al na negen weken na poten geoogst konden worden. Op een dag vond Sluis tussen een perceel "Negenwekers" een plant met ronde knollen. Dat was bijzonder, want rond 1850 waren de meeste aardappels langwerpig van vorm, ook wel "muisjes" genoemd. Hieruit is de legendarische Opperdoezer Ronde ontstaan. De Opperdoezer Ronde is door de Stichting die de commerciële belangen van deze legendarische aardappel behartigd ter beschikking gesteld aan De Historische Groentehof.

Pink Fir Apple of Rosa Tannenzapfen of Cornes des Gattes (voor 1850)
Waarschijnlijk het oudste nog bekende ras, deze heeft de Victoriaanse tijd nog meegemaakt! Meteen valt de langwerpige vorm op, als een langwerpige spar-appel. De blossig rose kleur doet het goed in de oogstmand. De heerlijke smaak en het wasachtige mondgevoel komt het best tot zijn recht bij consumptie binnen 3 maanden. Afgekoeld in salades is de smaak zo mogelijk nog beter.

Ratte d'Ardeche of Asparges (1872) We noemen ze hier 'Buggenummer Muuskes' 't zijn net ratteruggetjes, deze bijzondere en zeer smakelijk soort. Minder diepliggende ogen, geler van schil en vroeger oogstbaar dan de Pink Fir. Qua smaak goed te vergelijken. Ideaal voor exlusieve salades. De schil is dun en heeft een nootachtige smaak: dus niet schillen en in de schil verorberen. Een ware lekkernij!

Rode star (1909)
Late consumptieaardappel met roodschillige, geelvlezige, rondovale, midden diepogige knollen; veel kriel. Opbrengst middelmatig tot vrij goed, drogestofgehalte hoog. Consumptiekwaliteit zeer goed, vitamine B1-gehalte hoog. Vrij weinig vatbaar voor Phytophthora in oof en knol.

Rosa (1935)
Halflate tot late vastkokende aardappel. De tongvormige knollen hebben een rode schil en geel vruchtvlees. Rosa is weinig gevoelig voor glazigheid en stootblauw. Geschikt voor salades, ragouts, om te stomen of te bakken Het ideaal van de "echte patat smaak": gebakken in de schil. Regionaal ook bekend als: Ossetong, Plate de Florenville of Bec de Florenville (Wallonië). Prima bewaaraardappel.
Fn hebben een rode schil en geel vruchtvlees.

Roseval (1950)
Een typisch ras, met langovalen donkerrode knollen. Deze smaak is iets minder sterk dan de "ratte" en net zo stevig wasachtig van structuur. Een ras voor elke grond, kan tegen droogte en nattigheid.

Sharpe's Expresse (1901)
Een oud klei-aardappeltje met spits toelopende peervorm. Charles Sharpe ontwikkelde dit vroege ras. De knollen zijn bijzonder licht van schilkleur. Het ras is nooit echt doorgebroken, maar wordt wel vanwege de zeer goede smaak in stand gehouden.

Shetland Bleu (black) (1900)
Deze aardappel is middelvroeg tot laat en is net zoals de meeste blauwe aardappeltjes een must voor de liefhebber van bloemige aardappels. De aardappel is violet van schil en als je hem doorsnijdt zie je geel vlees met een paarse ring.

Vitelotte Noir of Négresse
Voor velen de koningin onder de aardappelsoorten! Wel eens zwarte truffelaardappels gegeten. Nou ja, donkerviolet (schilkleur is beter getypeerd, de binnenkant (knolvlees) is iets lichter violet en mooi geaderd. Langwerpig smal als een kort ogende winterpeen met diepliggende ogen: het lijkt wel een truffel. Kook ze met schil en pel ze daarna. Warm en afgekoeld een delicatesse négresse...

Terug