Brabantse schotel

schotel (2K)

  • 300 g magere runderlappen (gaargestoofd of gekookt)
  • 100 g doperwten (gaargekookt)
  • 100 g worteltjes (gaargekookt)
  • 100 g zoetzure zilveruitjes (en een beetje van het vocht)
  • 150 g augurken
  • 4 aardappelen (gaargekookt)
  • 2 dl mayonaise
  • 1 eetl. mosterd
  • 12 kerstomaatjes
  • 2 eieren (hardgekookt)

Hak de runderlapjes, de doperwtjes, de worteltjes, ¾ van de zilveruitjes, 100 g van de augurkjes en de aardappelen vrij fijn.
De ingrediënten hoeven niet meer herkenbaar te zijn.
Voeg ¾ van de mayonaise en de mosterd aan de fijngehakte ingrediënten toe, roer alles goed door elkaar en voeg een paar lepeltjes van het zoetzure vocht van de zilveruitjes toe voor de smaak.
Laat het mengsel het liefst een paar uur trekken.
Meng de rest van de mayonaise met 3 eetlepels van het zoetzure vocht van de zilveruitjes.
Snijd de kerstomaatjes doormidden, de rest van de augurkjes in reepjes en de eieren in vieren.
Schep het slaatje op 4 borden, strijk de bergjes glad en schep de dunne mayonaise erover.
Garneer de slaatjes met de eieren, de tomaatjes, de reepjes augurk en de rest van de uitjes.

Bron: Vlees.nl

Terug