Goudse stroopwafels

stroopwafel (1K)

voor ca. 20 wafels
  • 250 g tarwebloem
  • 125 g zachte boter
  • 75 g witte basterdsuiker
  • 1 ei
  • 25 g gist
  • 1 eetl. lauw water
  • snufje zout
voor de vulling:
  • 200 g keukenstroop
  • 125 g bruine basterdsuiker
  • 100 g boter
  • 1 theelepel kaneel
  • boter voor het ijzer

Los de gist op in lauw water, voeg de rest van de ingrediënten toe behalve het zout en kneed een soepel deeg, voeg als laatste het zout toe en kneed het goed door.
Dek het deeg af met een in warm water uitgespoelde en goed uitgewrongen doek en zet het op een warme plaats 1 uur te rijzen.
Smelt de stroop en roer de suiker, boter en kaneel erdoor, laat afkoelen tot lauwwarm.
Vorm balletjes ter grootte van een stuiter van het deeg en leg ze op een voorverwarmde schaal waarbij ze elkaar niet mogen raken.
Dek ze weer af met een warme, vochtige doek en laat ze nog een kwartier narijzen.
Bak er in een ingevet wafelijzer, volgens gebruiksaanwijzing, goudbruine wafels van, voor een elektrisch ijzer is dat ca. 2 minuten.
Snijd ze, zo warm mogelijk, horizontaal doormidden, smeer de vulling erop en leg ze weer op elkaar, druk licht aan.
Stroopwafel zijn het lekkerst als ze lauwwarm gegeten worden.

Receptuur: een Goudse wafelbakker
Tekst: Tonny Leeflang - Wondergem ©

Terug