Lamskoteletjes met rozemarijn-citroenboter en ovenwortelen

  • 1 bos bospeentjes
  • 1 eetl. suiker
  • 3 takjes tijm
  • de blaadjes van 1 vers takje rozemarijn
  • 1 biologische citroen
  • 200 g roomboter op kamertemperatuur
  • 1 kg lamskoteletjes
  • wat olijfolie

Het chicst is om een lamsrack aan koteletten te snijden; je hebt dan die fraaie minikarbonaadjes met een bloot botje als handvat.
Maar de voordeliger koteletten van het zadel zijn ook heerlijk.

Snijd het loof van de wortelen; als het vers is kun je een centimetertje laten zitten, dat ziet er aardig uit.
Boen de wortels schoon onder de kraan.
Doe de wortels met 2 eetlepels van de boter, suiker en tijm in een ovenschaal waar ze naast elkaar passen (met de punten om en om leggen helpt).
Voeg zout en een half glas water toe, dek af met een stuk aluminiumfolie en zet in de oven bij 160 °C.
Voorverwarmen hoeft niet.
Meng na 10 minuten alles nog eens goed, dek weer af en bak nog 50 minuten.
Haal dan uit de oven; opwarmen kan later.
Hak de rozemarijnblaadjes fijn.
Rasp de citroen heel dun tot je 1 theelepel vol hebt.
Prak de rozemarijn en citroenrasp door de boter.
Breng op smaak met zout en citroensap.
Verdeel de boter in een strook op een vel aluminiumfolie.
Rol op en trek tegelijk naar achteren, zodat je een mooi rolletje krijgt.
Draai de uiteinden als een toffeepapiertje aan.
Leg de rol ½ uur in de vriezer of minimaal 2 uur in de koelkast.
Haal het vlees een half uur tevoren uit de koeling.
Verwarm als het kan de borden.
Haal de rozemarijn-citroenboter een kwartier tevoren uit de koelkast.
Warm de wortels zonodig 10 minuten in de oven op 160 °C.
Verhit een grilpan of -plaat tot zeer heet.
Kwast hem snel dun in met olie en leg de koteletjes er op.
Kort grillen is het devies; dunne koteletjes hebben maar 1 minuut aan elke kant nodig, dikkere 2.
Bakken in een koekenpan kan uiteraard ook.
Snijd de boter met folie en al aan plakken van 1 cm dik en peuter de folie eraf.
Verdeel de koteletjes over de borden, leg op elk een plakje boter.
Leg de worteltjes ernaast.

Bron: Onno Kleyn

Terug