Strozzapreti

strozzapreti (2K)

  • 2 eieren
  • 250 g ricotta
  • 200 g (wilde) spinazie
  • 50 g bloem, plus extra
  • zout en versgemalen peper
  • 150 g geraspte Parmezaan

Kook de spinazie in een pan met een beetje water net gaar.
Laat het wat afkoelen, knijp er zoveel mogelijk vocht uit en hak het fijn.
Doe de ricotta over in een schone theedoek en knijp ook hier zoveel mogelijk vocht uit.
Meng de droge ricotta met de 2 eieren en de bloem en doe er wat zout en verse peper door.
Meng het vervolgens met de fijngehakte spinazie en laat dit 1 uur rusten in de koelkast.
Maak met 2 lepels balletjes ter grootte van een walnoot en leg deze op een met bloem bestoven bord.
Strooi er nog bloem over zodat de balletjes licht bedekt zijn met de bloem.
Breng ruim water aan de kook en doe per keer ongeveer 6 balletjes in de pan.
De gnocchi zijn gaar als ze boven komen drijven, na ongeveer 2 minuten.

Het recept voor gnocchi is al eeuwen oud. Een van de eerste recepten voor gnocchi is terug te vinden in een kookboek uit de 13e eeuw. In dit Toscaanse recept worden echter geen aardappelen gebruikt, iets wat in veel huidige gnocchi recepten wel is terug te vinden.
In Italie worden deze gnocchi ook wel 'strozzapreti' genoemd, priesterwurgers, omdat volgens de overlevering een gulzige Italiaanse priester is gestikt omdat hij deze gnocchi zo smakelijk vond dat hij ze te snel opat. Een andere naam voor dit gerecht is 'gnocchi gnudi', naakte gnocchi.

Deze gnocchi worden gemaakt van ricotta, eieren, spinazie en een beetje bloem.
Serveer ze na het koken direct op warme borden, besprenkeld met wat olijfolie en flink veel geraspte Parmezaan.

Bron: Bianca

Terug