Gulyásh I
(bográcsgulyás = ketelgulyás)

  • 2 medium grote uien
  • 4 eetl. reuzel
  • een ruime kilo rundvlees:
    in blokjes van 2 bij 2 cm iets minder dan een half pond runderhart in blokjes van 2 bij 2 cm
  • (runderhart mag je ook vervangen door extra vlees)
  • 2 fijngehakte knoflooktenen
  • zoveel kummelzaad als je met één hand met al je vingertoppen kan pakken
  • 4 eetl. scherpe paprikapoeder (dus niet die zoete)
  • 1 grote vleestomaat in kleine stukjes
  • 2 groene paprika's, schoongemaakt en in stukjes van 2 bij 2 cm
  • iets minder dan een pond gekookte aardappelen in blokjes van 3 cm

Snijd de uien in groffe stukjes.
Smelt de reuzel.
Fruit de ui op een niet al te hoog vuur.
Voeg het vlees toe.
Doe het vuur wat hoger en roerbraad het vlees met de ui ongeveer 10 minuten lang.
Het moet net niet te droog worden.
Haal de pan van het vuur en voeg toe de knoflook, paprikapoeder en kummel.
Roer het snel en flink door elkaar.
Wanneer de paprikapoeder goed is opgenomen, doe dan de pan weer op het vuur en voeg direct 2 liter kokend water toe.
Doe dan de pan met deksel erop minimaal 2½ uur in een voorverwarmde oven van net geen 100°. C.
Voeg na die tijd de tomaten en de paprika's toe.
Voeg eventueel nog wat extra kokend water toe als je gevoel dat ingeeft.
En zet het nog even (een half uurtje) terug in de oven.
Voeg zout & peper naar smaak toe.
Voeg de gekookte aardappelstukjes pas toe als de soep klaar is.
Serveer de gulyás behoorlijk heet in grote diepe mokken.
Het vlees moet zacht zijn, maar beslist niet zo los als bij suddervlees.

Sándor Schiferli


Gulyásh II

  • 1 ui, grof gehakt
  • 3 eetl. olie
  • ½ theel. karwijzaad
  • 1 teentje knoflook, geplet
  • 400 g riblap, in blokjes
  • 1 à 2 eetl. paprikapoeder
    (of gulyáskrém), mild of scherp naar smaak
  • 1 l runderbouillon
  • 1 worteltje, grof gehakt
  • 2 paprika's, in repen
  • 1 tomaat, in stukken
  • 2 takjes bladselderij, gehakt
  • 300 g aardappelen
  • zout

Bak de ui glazig op halfhoog vuur in een soeppan.
Bak de knoflook en het karwijzaad een half minuutje mee.
Voeg het vlees, het paprikapoeder en de bouillon toe en sudder op je zachtste pitje redelijk gaar in ongeveer 1½ uur.
Doe er dan de wortel, paprika's, tomaat, selderij en aardappel bij.
Sudder tot de aardappels vrijwel gaar zijn.
Breng op smaak met paprikapoeder of crème uit een tube en misschien zout.
Wie wil knijpt nu nog 1 of 2 nestjes tagliatelle fijn boven de pan en laat die garen.
Serveer de soep gloeiend heet.
Hongaren geven er vers witbrood, gedroogde scherpe paprika's en een glas Kadarka of Egri Bikavér bij, zo meldt Attila Szunomar op zijn website.
Nou, wel twee ook, kan ik uit ervaring melden.

Bron: Onno Kleyn

Terug