Jan-in-de-zak uit Zeeland

  • 300 g bloem
  • 1 mespunt zout
  • 25 g verse gist
  • 2 dl lauwwarme melk (40 °C)
  • 1 theel. suiker
  • 1 ei
  • 450 g rozijnen en sukade
  • boter en stroop

Zeef de bloem en het zout in een kom.
Los de gist op in de melk, roer de suiker erdoor en laat de gistoplossing op een tamelijk warme plaats staan tot zich aan de oppervlakte belletjes hebben gevormd.
Maak een kuiltje in de bloem en doe de gistoplossing en het ei erin.
Roer met de mixer of de keukenmachine met kneedhaken tot een glad en klontvrij beslag ontstaat.
Kneed de rozijnen erdoor en laat het deeg, afgedekt met een vochtige doek, op een tochtvrije, tamelijk warme plaats ± 1 uur rijzen.
Spoel een linnen doek in warm water uit en bestrooi één kant met bloem.
Leg het gerezen deeg op de doek en bind deze met een touwtje dicht.
Zorg dat er voldoende ruimte overblijft om het deeg te laten rijzen.
Leg de doek met het deeg op een schoteltje in een grote pan kokend water.
Sluit de pan en kook Jan in de zak in 2½ uur gaar.
Steek een breinaald of satéprikker op verschillende plaatsen in de Jan in de zak; als deze er schoon en droog uit komt, is hij gaar.
Verwijder de doek en laat Jan uitdampen.
Snijd hem in plakken en serveer deze warm met boter en stroop.
In sommige streken wordt de Jan in de zak de volgende dag in plakken met wat boter in de koekenpan gebakken.
Volgens velen is dit nog lekkerder dan de verse Jan-in-de-zak.
Neem de ouderwetse keukenstroop en geen schenkstroop.

Receptuur: Tonny Leeflang - Wondergem ©

Terug