Gevulde kweeën uit de 15e eeuw

  • 4 kweeën
  • 70 g merg
  • 60 g krenten
  • 4 witte boterhammen zonder korst
    • stoofvocht
  • witte wijn (zoveel dat de peren net niet onder staan)
  • per kwart liter wijn 100 g suiker

Voorbereiding

Week de mergpijpjes enkele uren in gezouten water dat af en toe wordt ververst.
Spoel ze af.
Kook de geweekte mergpijpen twaalf minuten in runderbouillon of gezouten water.
Laat ze iets afkoelen, schuif het merg eruit, snijd terwijl het nog warm is in kleine stukjes, en doe er de krenten bij.
Schil de kweeën, haal het klokhuis eruit.
Let erop dat je niet door de kwee heen gaat, de vrucht moet van onderen dicht blijven.
Vul de holte met het mergmengsel, druk goed aan.

Bereiding

Kies een pan waarin de kweeën net passen.
Strooi om te beginnen 200 gram suiker over de bodem.
Zet de kweeën rechtop in de pan, giet er een halve liter wijn langs.
Als de wijn tot ongeveer anderhalve centimeter onder de bovenkant van de kweeën komt is het goed.
Doe er anders nog wat suiker en wijn bij.
Breng de wijn aan de kook, zet het vuur laag en sluit de pan.
Laat nu de kweeën in anderhalf tot twee uur gaar stoven.
Haal de kweeën een uur vóór het serveren van het vuur, laat ze in het kookvocht zitten tot het moment van serveren.
Het stoofvocht is -net als de kweeën zelf- prachtig rozerood verkleurd.
Rooster vlak voor het serveren vier ontkorste sneetjes witbrood.

Serveren

Niet gloeiend heet, maar wel warm.
Merg stolt namelijk weer bij het afkoelen, en dat is minder lekker.
Leg op de bodem van ieder schaaltje een geroosterde boterham.
Zet er een kwee op, en giet er wat van het kookvocht over.

Bron: Coquinaria

Terug