Boekweitrisotto met schorseneren

  • 200 g boekweit
  • 1 grote ui, gesnipperd
  • 400 g schorseneren
  • olijfolie
  • 1 l groentenbouillon
  • 100 ml droge witte wijn
  • 200 g champignons (of wat anders, zie opmerking), in kwarten
  • 100 g Parmezaanse kaas, vers geraspt, citroensap
  • peper uit de molen

Geen paniek over plakkerige handen, keukenmeidenverdriet en wat al niet meer.
Schorseneren schilt u onder water (in de gootsteen) met een dunschiller en vervolgens brengt u de geschilde schorseneer over in een bak met gezuurd water.
Tegen verkleuren.
Voor de zekerheid doen wij ook een scheut citroensap of azijn in het water in de gootsteen.
De schorseneren haalt u uit het water, snijdt ze in heel dunne plakjes (paar mm) en doe dan weer terug in het zure water.
(Na enkele minuten afgieten in een zeef of vergiet en uit laten lekken.)

boekweitrisotto met schorseneren - 1
boekweit pruttelt
boekweitrisotto met schorseneren - 2
Schorseneerschijfjes en paddestoelen bakken

Neem een stevige pan, verhit daarin een scheut olijfolie.
Smoor de ui glazig.
Doe de boekweit erbij en roerbak – zo dat de ui niet verbrandt.
Na een minuut of wat blussen met de witte wijn.
Vuur laag en er een scheut groentebouillon bij doen.
(Roer de risotto door en doe er telkens wat bouillon bij als het te droog wordt.
Het zal minstens een kwartier duren eer de boekweit gaar is.
Een risotto moet kruipen.)

Boekweitrisotto met schorseneren - 3

Als de risotto een minuut of wat op gang is, neemt u een ruime koekenpan.
Verhit daarin weer wat olijfolie en kieper de schorseneerschijfjes er in.
Roer goed door, er moet eerst wat water verdampen.
Doe de paddestoelen erbij en schep om.
Smoor het geheel beetgaar.
Het is werken in twee pannen: de risotto regelmatig omroeren en wat bouillon erbij en de koekenpan met de schijfjes en paddestoelen af en toe omscheppen.
Het vuur onder de koekenpan is middelhoog.
Als de boekweit gaar begint te worden de schorseneerschijfjes met paddestoelen erdoor scheppen als ook de geraspte kaas.
Serveer.

Opmerkingen
Wij hadden geen champignons, maar stobbezwammetjes. Ook heel lekker.

Bron: Kraut und Rüben
Gepubliceerd door: MergenMetz

Terug