Duivekater - I

Duivekater

op de plaat gebakken zoet Nieuwjaarsbrood

  • 500 g bloem
  • 40 g verse gist (of 20 g gedroogde gist)
  • 100 g suiker
  • 20 cl warm water
  • de geraspte schil van 1 citroen
  • 75 g zachte roomboter
  • 2 theel. zout
  • losgeklopt ei

Doe de bloem in een kom, maak er een kuil in en brokkel daarin de gist.
Strooi over de gist 2 theelepels suiker en giet er een scheutje warm water op.
Klop met een vork eerst tot een glad gistpapje, voeg de rest van het water toe en klop er een kwart van de bloem door.
Besla het mengsel 1 minuut en dek het beslag af met wat van de overige bloem.
Zet de kom 20 minuten op een warme plaats.
Voeg de rest van de suiker, de geraspte citroenschil, de boter en zout toe.
Kneed, rek, vouw en sla het deeg 8 - 10 minuten (machine: 4 - 5 minuten) tot er grote blazen ontstaan en het deeg vanzelf van de hand loslaat.
Vorm van het deeg een bol, leg er een stuk plastic over en laat het deeg bij kamertemperatuur 60 minuten rijzen.
Vet een bakplaat in.
Bestuif het werkvlak, de deegrol en uw handen met bloem.
Sla de bol plat en rol hem verder uit tot een vlak ovaal van 40 - 50 cm lang met puntige uiteinden.
Breng hem over op de diagonaal van de bakplaat, leg er een droge doek over en laat het geheel 15 minuten rijzen.
Knip de beide uiteinden 3 keer tot op 10 cm in en krul de ontstane repen naar binnen toe op.
Kerf met een scherp mesje in het overige deeg oppervlakkige figuurtjes, in gebogen vorm en rechte strepen.
Bestrijk het deeg met losgeklopt ei en laat het nog 15 minuten zo rijzen.
Verwarm de oven 10 - 15 minuten voor op 200 - 225 °C.
Bestrijk het deeg nogmaals met ei en bak de duivekater in het midden van de oven in 25 - 30 minuten glanzend goudbruin.
Schuif het brood uit de oven op een rooster om af te koelen.

Opmerking
Men neemt aan dat de Duivekater of "Scheenbeenbrood" oorspronkelijk een
offerbrood is geweest, dat in de periode tussen Sint Nicolaas en Driekoningen werd bereid. Tegenwoordig maken gespecialiseerde bakkers het gehele jaar door Duivekaters.

Bron: Astrid Veltman


Duivekater - II

  • 500 g bloem
  • zout
  • 30 g gist
  • 20 cl lauwe melk
  • 50 g boter
  • 100 g suiker
  • 1 theel. kaneel
  • 1 eierdooier
  • 1 ei

Zeef de bloem boven een kom en roer er wat zout door.
Los de gist in lauwe melk op.
Smelt de boter en laat deze afkoelen.
Maak een kuiltje in de bloem en giet het gistmengsel en de rest van de melk erin.
Schep de helft van de bloem over het kuiltje.
Voeg de suiker, de kaneel en de eierdooier toe en giet vervolgens de afgekoelde boter erbij.
Kneed hiervan een soepel en samenhangend deeg; blijf ± 15 minuten kneden.
Sla het deeg enkele malen met kracht op het aanrecht om het luchtiger te maken.
Verdeel het deeg in twee porties en laat het op een warme plaats 45 minuten rijzen.
Vorm van elke portie een puntbrood en laat de broden onder een
vochtige theedoek opnieuw 15 minuten rijzen.
Knip het brood aan het ene uiteinde (punt) driemaal in en aan de andere zijde tweemaal.
Krul de punten naar onderen om.
Maak met een mes enkele inkepingen aan de zijkant van het brood.
Bestrijk de duivekaters met losgeklopt ei en bak de broden in 40 minuten in een hete oven (200 °C) gaar.

Bron: Astrid Veltman

Terug