|
|
Maak eerst de dipsaus:
maal de pinda’s fijn, maar niet te fijn (ik gebruik het messenbekertje dat bij de staafmixer
hoort).
Meng breng 10 cl water aan de kook met de azijn en de suiker.
Laat afkoelen.
Roer er de pepers, knoflook, limoensap, vissaus en pinda’s door.
Breng een pan water met zout aan de kook en doe er de mihoen in.
Draai het vuur uit en laat 2 minuten staan.
Spoel koud af, laat uitlekken en knip of snijd iets kleiner.
Snijd de garnalen in de lengte door.
Doop de rijstvellen één voor één voorzichtig in handwarm water tot ze zacht zijn.
Leg ze op een droge doek en vul ze ook weer een voor een.
Verdeel er een kwart van de sla, wortel, taugé, kruiden en garnalen over, plus een pluk
glasnoedels.
Maak het maar artistiek, want nat rijstpapier is doorzichtig.
Vouw het papier er voorzichtig omheen, eerst van onder naar boven, dan de zijkanten naar binnen, en dan
rollen, een beetje strak, maar voorzichtig.
Dip en eet onmiddellijk.