|
|
Snijd de kool in vieren en verwijder de harde kern.
Snijd vervolgens de kool verder in grove stukken.
Hierna is het tijd om de kool goed te wassen.
Als de kool is uitgelekt leg je het in een grote kom of pan en mag het zout eroverheen.
Masseer dit vervolgens goed in.
Wanneer je hiermee klaar bent giet je er (koud) water overheen totdat de kool helemaal onder water staat.
Dit laat je twee uur staan, maar roer er een paar keer even doorheen.
Maak ondertussen de kimchipasta
Schil de radijs en rasp deze, snijd de bosui, pel en hak de knoflook fijn en doe dit in een kom.
Voeg ook de gember, honing, vissaus en Koreaanse chilisaus vervolgens toe en roer goed door.
Als de kool na de twee uur licht zout smaakt is het tijd om het weer uit te laten lekken.
Heb je het gevoel dat je kool echt té zout is?
Spoel het dan nog eens goed af met water.
Wanneer ook dit klaar is is het tijd om te gaan mengen.
Voeg beetje bij beetje de kimchipasta toe aan de kool en meng het met je handen goed door elkaar.
Wanneer de kool goed rood is, is het klaar om de pot in te gaan.
Druk het goed aan en sluit de pot.
Laat de pot 2 dagen op kamertemperatuur staan.
Na deze dagen zouden er belletjes moeten zijn ontstaan in de pot en is ‘ie klaar om koud gezet te worden.
En om aan te vallen natuurlijk.
De kimchi is in de koelkast nog enkele weken houdbaar.
voor 400 g
|
|
Snijd de kool in fijne reepjes.
Rasp de wortel en snijd de daikon in dunne schijfjes of reepjes.
Hak het pepertje fijn.
Rasp de gember.
Pers de knoflook.
Kneed het zout goed door de groenten tot ze vochtig worden.
Voeg gember, pepersnippers, knoflook en tomatenpuree toe.
Voeg eventueel zuurkoolsap toe als starter.
Kneed opnieuw heel goed.
Doe alles in een brandschone weckpot of bewaarfles.
Duw goed aan.
Sluit af en laat gedurende minstens twee weken rusten op kamertemperatuur.
Normaal gezien zal er sap boven staan in de pot.
Heeft de pot een metalen deksel, dan zal die bol staan door de gasvorming.
Zodra geopend, bewaar je de kimchi nog zeker een maand in de koelkast.
Heerlijk als bijgerecht bij kaas, op brood, en bij oosterse gerechten.
|
|
Snijd de Chinese kool in stukken van ongeveer 3 à 4 cm.
Weeg de kool en bereken hoeveel zout je nodig hebt (ongeveer 30 – 50 gram per kilo kool, oftewel 3 à 5% van het gewicht).
Masseer het zout goed door de kool in een grote kom en laat dit 1 à 2 uur staan.
Spoel de kool na het pekelen grondig af onder koud stromend water om het overtollige zout te verwijderen.
Proef een stukje: het moet licht zoutig smaken, niet te sterk.
Laat de kool goed uitlekken in een vergiet.
Dep de kool goed droog.
|
|
|
Maak ondertussen de kimchi pasta: doe de appel, knoflook, gember, sojasaus, misopasta en Koreaanse chilivlokken in een blender of keukenmachine en mix tot een gladde pasta.
Doe de uitgelekte kool samen met de bosuitjes en wortel in een grote kom.
Voeg de kimchipasta toe en meng alles goed door elkaar met schone handen of gebruik keukenhandschoenen.
Zorg dat alle groenten goed bedekt zijn met de pasta.
Vul een schone (weck)pot met de kimchi.
Druk de groenten stevig aan zodat er geen luchtbellen achterblijven.
Laat minstens 5 cm ruimte bovenin de pot vrij, want tijdens het fermenteren gaat de kimchi bubbelen.
|
|
|
Sluit de pot losjes af of gebruik een weckpot met rubberring.
Laat de kimchi 2 à 3 dagen op kamertemperatuur fermenteren.
Zet de pot eventueel op een bord, omdat er vocht kan overlopen.
Proef na 2 à 3 dagen: als de smaak friszuur en kruidig is, kun je de pot in de koelkast zetten.
Hier fermenteert de kimchi langzamer door en blijft hij nog 4 weken goed.
Na een week wordt de smaak iets zuurder.