|
|
Zet het kalfsvlees op met 3 liter water, het rommelkruid, het anijszaad, de kruidnagels, peper, zout en
nootmuskaat en laat het 1 uur zachtjes koken.
Voeg dan de lever en de niertjes toe en laat nog eens een halfuur zachtjes koken.
Schep het vlees met een schuimspaan uit de pan en maal het samen met de kaantjes in de keukenmachine
fijn.
Zeef het kookvocht.
Doe de vleesmassa terug in het kookvocht, breng het opnieuw aan de kook en voeg al roerend het boekweitmeel
toe.
Blijf roeren tot een stevige brij ontstaat.
Voeg de augurken en de spekblokjes toe en meng alles goed door elkaar.
Neem de balkenbrij van het vuur, stort de massa in een langwerpige schaal, terrinevorm of cakeblik en laat
afkoelen en verder opstijven.
Snijd de balkenbrij in plakken van ± 1½ cm dik, wentel die door de bloem en bak ze in de reuzel
goudbruin.