Balkenbrij

  • ½ varkenskop
  • 1 ui
  • 1 winterwortel in stukjes gesneden
  • 1 prei
  • 5 peterseliestelen
  • 8 kruidnagels
  • ½ theel. anijszaad
  • 1 takje tijm
  • 4 stukjes foelie
  • 20 gekneusde peperkorrels
  • 500 g varkenslever
  • 250 g vers spek
  • 400 g boekweitmeel
  • 250 g augurken in kleine blokjes
  • 150 g rozijnen
  • 1 theel. zout
  • ½ theel. geraspte nootmuskaat
  • bloem
  • reuzel

Doe de varkenskop in een grote pan en giet er zoveel water op dat hij net onder staat.
Breng aan de kook en schuim af.
Laat 1½ uur zachtjes koken en voeg dan de groenten en de kruiden toe.
Laat nog 1 uur zachtjes koken en laat vervolgens afkoelen.
Spoel de rozijnen af met warm water en laat ze 1 nacht in een vergiet drogen.
Pluk het vlees van de kop en draai het met het spek en de lever door de gehaktmolen.
Zeef de bouillon.
Doe het vleesmengsel samen met 1½ liter van de bouillon in een pan en breng aan de kook.
Maak een glad papje van het boekweitmeel en ½ liter bouillon en roer dit door het vleesmengsel.
Breng weer aan de kook, roer goed en laat 20 minuten zachtjes koken.
Neem de pan van het vuur en roer de augurkblokjes en de rozijnen door de balkenbrij.
Breng op smaak met nootmuskaat en zout.
Stort de massa in een met koud water omgespoelde langwerpige vorm, dek af met folie en laat afkoelen en in de koelkast door en door koud worden.
Snijd de balkenbrij in plakken van 1½ cm dik, haal ze door de bloem en bak ze in de reuzel aan beide kanten bruin.

Uit: 'Van Mergpudding en Möffelkook' de Limburgse variant, vandaar de augurkblokjes.

Terug