Varkensgebraad in een Kempense pot

  • 600 g varkensgebraad
  • 60 g boter
  • 1 wortel
  • 1 ui
  • 1 selderstengel
  • aardappelzetmeel
  • water
  • peper, zout
  • tijm, laurier
  • 1 busseltje jonge wortelen
  • 500 g slijmerwten
  • 1 ui
  • boter
  • 50 g peterselie
  • 300 g nieuwe, schoongemaakte aardappelen

Neem een ruime braadpan, smelt daarin de boter en geef het varkensgebraad aan alle zijden een bruin kleurtje.
Snijd de selder, wortel en ui fijn en voeg die bij het gebraad.
Leg een deksel op de braadpan en laat dat 10 minuten zo.
Doe er dan wat water en het kruidentuiltje bij en smoor de ingrediënten 30 minuten op een zacht vuurtje.
Schil intussen de jonge wortelen en kook ze in water met suiker, tijm en laurier.
Ontvlies de slijmerwten en kook ze in licht gezouten water gaar.
Spoel ze dan onmiddellijk onder koud stromend water af.
Kook de aardappelen gaar.
Versnipper intussen een ajuintje en stoof het in boter aan.
Doe er de jonge worteltjes bij.
Warm de slijmerwten in gesmolten boter op.
Haal het varkensgebraad uit de braadketel, versnijd het vlees en houd het warm.
Kruid intussen de saus met peper en zout, bind haar met het opgeloste aardappelzetmeel en zeef haar.
Schik alle bereide grondstoffen op het bord, giet wat saus over het vlees en bestrooi de aardappelen met peterselie.

Terug