Konijnenrug met pruimen

konijnenrug_pruimen (4K)

  • 4 konijnenruggen
  • 300 g gedroogde pruimen zonder pit
  • 2 eetl. bloem
  • 4 sjalotten
  • 2 klontjes boter
  • 5 cl Cognac
  • 15 cl droge witte wijn
  • 15 cl kippenbouillon
  • een takje tijm
  • peper
  • zout
  • 1 eetl. fijngehakte platte peterselie

De pruimen kunnen eventueel vervangen worden door rozijntjes.
Ook die moeten een nachtje weken.

Hak de sjalot in stukjes en laat ze gedurende 5 minuten zachtjes aanfruiten in wat boter in een pot met dikke bodem.
Peper en zout de konijnenruggen.
Draai elk stuk vlees in de bloem en geef een telkens een tikje op het vlees om de overtollige bloem van de ruggen te laten springen.
Zet een braadpan op het vuur en laat warmen.
Bak de konijnenruggen in wat boter tot ze langs alle kanten een zacht bruin kleurtje gekregen hebben.
Leg de ruggen, naast op de gestoofde sjalot in de pot met dikke bodem.
Overgiet het vlees met de Cognac.
Flambeer niet maar laat de vloeistof bijna volledig uit de pot verdampen.
Giet de witte wijn bij het konijn.
Laat opnieuw inkoken zonder deksel tot er nog maar de helft van overblijft.
Giet dan de kippenbouillon de pot in.
Voeg het takje tijm toe.
Breng aan de kok, roer in de saus.
Het konijn mag nu gedurende 20 minuten garen op een zacht vuurtje, met het deksel op de pot.
De pruimen hebben we in de koelkast een nachtje laten weken.
Giet de pruimen af en laat uitlekken.
Voeg ze dan toe aan het konijn.
Laat nog 5 minuten verder stoven onder deksel.
Werk de schotel af met wat fijn gehakte platte peterselie. Serveer met verse gekookte pasta.

Tip
Doordeweekse dorst: Een jonge krachtige merlot. En dat mag zelfs een goed glas Saint-Emilion zijn.

Bron: Verfijn met konijn

Terug