Konijnenrug met bruin bier en mosterd

  • 2 konijnenruggen
  • peper, zout
  • boter
  • 2 eetl. Dijonmosterd
  • 2 eetl. gehakte peterselie
  • 2 eetl. door een zeef gewreven broodkruim
  • 1 flesje bruin bier (Petrus, Rodenbach) van 25 cl
  • 2,5 dl rundsfond of 2 dl water + 2 theel. vleesextract (type Oxo)
  • 1 eetl. bieslooksnippers

Maak de konijnenruggen schoon en verwijder het overtollige vet.
Kruid ze met peper en zout en bak de ruggen in boter mooi bruin.
Plaats ze in een ovenschotel met deksel en laat ze in een op 175 °C voorverwarmde oven i 30 - 35 minuten garen.
Bedruip ze af en toe met de bakboter; zorg, dat deze niet verbrandt.
Haal de ruggen uit de schaal en strijk de rugzijde in met 1 eetl. mosterd.
Strooi er de gehakte peterselie en nadien het broodkruim op.
Smelt 100 g boter en bedruip de persillade daarmee.
Plaats de ruggen terug in de oven om de korst een goudgele kleur te geven.
Verwijder de ruggen, plaats ze op een serveerschotel en houd ze warm.
Verwijder de bakboter, maak de aanbaksels met het bruin bier los en kook het tot de helft in.
Voeg nu de bouillon bij het bier en kook het samen tot ⅓ in.
Passeer de saus door een fijne zeef.
Roer 1 eetl. mosterd door de saus, voeg de bieslook toe en 1 eetl. boter om de saus te laten glanzen.
Controleer de kruiding.
Serveer wat saus rond de ruggen en de rest in een sauskom.
Fileer de konijneruggen eerst en snijd ze dan voor uw gasten in medaillons aan.
Serveer hierbij in boter gebakken aardappelplakjes (vooraf gekookt in de pel) en schorseneren of witte selder in de room.
Schenk hierbij een Belgisch bruintje of een lichte rode wijn, zoals een beaujolais of een Macon.

Terug