Kip met witloof

  • 1 braadkip (1,5 kg)
  • 500 g witloof
  • ½ liter room of karnemelk
  • 20 g bruine saus
  • 50 g boter
  • peper, zout

Vul de buikholte van de panklare braadkip op met een weinig versneden witloof.
Fruit de kip in een braadpan met een weinig boter.
Leg haar in een ovenschotel en laat de kip in een op 150 °C voorverwarmde oven garen; oversaus regelmatig met de braadsappen.
Controleer na 20 minuten baktijd of de kip gaar is.
Hef de kip op en controleer of het braadvocht wit of helder is.
Houd de gare kip in de oven of in aluminiumfolie warm.
Ontvet voor de saus de pan.
Blus met de bruine saus, laat doorkoken, kruid eventueel bij met peper en zout, zeef en werk af met room.
Bak het resterende witloof in een weinig boter hard af en voeg de groente aan de saus toe of geef hem apart mee.
Serveer met aardappel- of amandelkroketten.

Terug