Choesels

(Brussel)

  • 1 alvleesklier
  • 500 g kalfsvlees
  • 1 kalfszwezerik
  • 1 rundsnier
  • 1 kleine ossestaart
  • 3 uien
  • 1 eetl. bloem
  • 2 eetl. tomatenpuree
  • 1 takje tijm
  • 2 laurierbladen
  • 3 kruidnagels
  • 1 l blond bier
  • geraspte nootmuskaat
  • peper & zout

Maak de uien schoon en snijd ze in smalle reepjes.
Snijd de ossestaart, niet, zwezerik en het kalfsvlees in stukjes.
Verwijder het overtollige vet van de alvleesklier en snijd ook deze in stukjes.
Snijd het verkregen vet in kleine hompjes en smelt ze in een grote pan uit.
Verwijder de kaantjes met een schuimspaan en laat de stukken ossestaart in het vet bruin kleuren.
Voeg de stukken nier toe en laat deze vlug bruinen.
Draai het vuur lager en laat alles ± 30 minuten sudderen.
Doe er dan de stukken zwezerik, de stukjes kalfsvlees en de gesneden uien bij.
Bestrooi het geheel met een eetlepel bloem en voeg ook een eetl. tomatenpuree toe.
Leg er tenslotte de choesels (= de in stukken gesneden alvleesklier) bij en breng het gerecht op smaak met peper, zout, nootmuskaat, tijm, laurier en de kruidnagels.
Giet het bier erbij en breng alles aan de kook.
Laat het gerecht tegen het kookpunt tenminste 2 uur sudderen.

Serveer het met gekookte aardappelen.

Bron: Astrid Veltman

Terug