Saté babi - I

Geroosterd varkensvlees aan pennen

sate_babi (2K)

  • 500 g mals varkensvlees
  • 2 rode uien
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 theel. ketoembar
  • 1 stukje laos
  • 1 theel. djahé
  • 1 theel. suiker
  • 2 eetl. boter
  • 2 eetl. ketjap
  • citroensap
  • satépennen

Snijd het vlees in blokjes en laat deze in een marinade van de fijngemaakte ingrediënten en wat zout een paar uur in de koelkast staan.
De blokjes (meestal 4 stuks) aan de saté pennen rijgen.
Daarna de saté grillen op een elektrische grill maar de geur en smaak van boven houtskoolgloed geroosterd vlees gaat boven alles!
Leg de satépennen (van bamboe) een half uurtje in wat water, zodat ze straks tijdens het roosteren minder snel verbranden.

Bron: Jan Rijks


Saté babi - II

Saté babi

  • 1 kg varkenshaas, kleine stukken
  • 2 sjalotten
  • 10 teentjes knoflook
  • 20 cl ketjap manis
 
  • 2 eetl. citroensap
  • 1 theel. sambal oelek
  • zonnebloemolie
  • zout & peper naar smaak

Snijd de varkenshaas in stukken van ongeveer 1½ x 1½ centimeter.
Houd deze apart in een grote kom.
Pel en snijd de sjalotten in fijne stukken. Verhit een wokpan met flink wat olie en frituur de sjalotten tot ze bruin zijn.
Zeef en laat uitlekken op een stuk keukenpapier.
Maal de gefrituurde sjalotten en de knoflook fijn in een vijzel (of keukenmachine).
Voeg de citroensap, de sambal, het mengsel uit de vijzel en de ketjap manis toe aan de kom met de varkenshaas en meng goed door elkaar met een spatel.
Breng op smaak met wat zout en peper
Laat minimaal 1 uur in de koelkast (het liefst een nachtje).
Vergeet niet de satéstokjes te weken in wat water.
Rijg de gemarineerde stukjes varkensvlees op de satéstokjes en bereid op de barbecue.
Gebruik een bakkerskwast en bestrijk steeds de saté babi met wat van de overgebleven marinade.
Hierdoor krijgt die een mooie bruine kleur.

Bron: Indische gerechten


Saté babi - III

Saté babi

  • 1 kg mager varkensvlees
  • 6 teentjes knoflook
  • 2 thee. suiker
  • 1 à 2 bouillontabletten
  • 2 plakjes djahe
  • 1 theel. aromat
 
  • 1 theel. vetsin
  • 2 theel. djintan
  • 1 eetl. ketumbar
  • 2 eetl. asamwater
  • zout naar smaak
  • olie
  • satéstokjes

Het vlees in repen snijden en daarna in kleine blokjes van 2 cm.
Knoflook met de suiker, djahe en bouillontablet fijnmaken in een vijzel.
Voeg aan dit mengsel aromat, vetsin, djintan, ketumbar, asamwater toe.
Het vlees en het kruidenmengsel mengen, en ongeveer tien minuten in laten trekken.
De satéstokjes invetten met olie.
Aan elk stokje vier stukjes vlees rijgen.
De satéstokjes roosteren in een koekepan met een klein beetje olie, tot ze lichtbruin zijn.
De stokjes regelmatig omdraaien.
Als er te weinig olie in de pan is, dan iets erbij doen.

Tip
Satésaus erbij ?

Bron: Indische gerechten

Terug