Chinese krabbetjes

  • ¾ - 1 kg gemarineerde Chinese krabbetjes
    of varkensribbetjes
  • 1 grote bak verse atjar tjampoer
  • 200 g witte rijst
  • 4 eieren
  • 1 dunne prei
  • 3 eetl. olie
  • 1 teentje knoflook
  • 1 eetl. nasi-kruiden
  • 2 eetl. ketjap
  • sambal
  • 100 g gezouten vliespinda's
  • 4 bananenbladeren
    of dubbele stukken aluminiumfolie
  • ½ komkommer
  • 50 g taugé
  • pittige kroepoek

Krabbetjes worden meestal voorgekookt verkocht, zodat de bereidingstijd kan worden verkort en de kans op bederf wordt beperkt.
Ontsteek de barbecue ¾ - ½ uur voor het bereiden, zodat de kolen gloeiendheet kunnen worden.
Kook de rijst in ruim kokend water 8 minuten, giet hem af en doe hem terug in de pan.
Kook de eieren 8 minuten, laat ze schrikken en pel ze.
Snijd de prei in ringen en fruit die in wat olie.
Pers de knoflook erboven uit en roer de kruiden erbij.
Schep de rijst erbij en bak die al omscheppend kort.
Breng op smaak met wat ketjap en voeg eventueel wat sambal toe.
Schep de pinda's erdoor.
Druk in 4 kommetjes telkens ⅛ deel van de rijst, leg daarop een ei en dek dit af met nog ⅛ deel van de rijst.
Druk het geheel aan en stort de inhoud van de kommetjes op de bananebladeren of op de stukken aluminiumfolie.
Vouw de pakjes dicht en leg ze op het rooster.
Keer de krabbetjes regelmatig, bestrijk ze met marinade en rooster ze in 15 minuten gaar, niet te dicht bij de kooltjes, om verbranden te voorkomen.
Vermeng de verse atjar in een slaschaal met de gesneden komkommer en de taugé.
Serveer met kroepoek.

Bron: Astrid Veltman

Terug