Appeltaart

Appeltaart

    • voor het deeg
  • 125 g roomboter of margarine
  • 125 g witte (basterd)suiker
  • 250 g zelfrijzend bakmeel
  • zout
  • ½ citroen
    • voor de vulling
  • 1½ kg friszure appels (Elstar, Jonagold)
  • 60 g blanke rozijnen
  • 10 g krenten
  • mespunt kaneel
  • 2 eetl. vanillecustard (vanillepudding)
  • 3 eetl. abrikozenjam
  • 200 g suiker
  • poedersuiker

Maak de citroen schoon, rasp één theelepel van de schil en pers de citroen uit in een schaaltje.
Meng de boter met de suiker, de geraspte citroenschil en een mespuntje zout tot een egale massa.
Meng daarna met een wrijvende beweging het zelfrijzend bakmeel met het boter-suikermengsel.
Als alle ingrediënten volledig zijn gemengd, kan er nog één eetlepel door het deeg worden geroerd.
Meng de gesneden appelen met de rozijnen, krenten, kaneel, vanillecustard, 5 eetlepels abrikozenjam en de suiker.
Rol het deeg uit tot 3 ronde plakken van 20 cm Ø voor een springvorm van 16 cm Ø.
Vet de vormen in met een beetje vloeibare boter en leg er een bakpapiertje in.
Leg de deegplakken in de bakvormen en druk mooi aan.
Prik met een vork gaatjes in de bodem, om luchtbellen in het deeg te voorkomen.
Verdeel dan de vulling in de vorm en bak de taart af in de HLF voor 30 minuten op 160 °C.
Laat de taart een beetje afkoelen in de springvorm.
Bestrooi met wat poedersuiker.

Bron: NN

Terug